‘Wiebelleesles’ – Column van juf Helen

BAM! Daar valt de stoel van Anne weer hard op de vloer. Geen kind dat er op reageert, want de klas is ondertussen wel gewend aan een wiebelig klasgenootje, waar de stoel regelmatig van valt. Helaas voel ik als juf wél een irritatie opborrelen. Wiebelkruk, wiebelkussen, een rustig gesprekje in de pauze, belonen en streng aanspreken; voor mijn gevoel zou het nu toch eens minder mogen worden, dat gewiebel. Maar dat kun je wel vinden, dat betekent nog niet dat het ook zo is.

‘Wiebelirritatie’

‘Anne, kom op zeg! Ga nou eens goed op je billen zitten!’ Schuldbewust kijkt Anne me aan. ‘Sorry juf’. Gelijk is de irritatie weg. Wat doet ze haar best om de rest van de instructie rustig mee te doen. Geconcentreerd kijkt ze mijn kant op, fanatiek steekt ze haar vinger op en ik zie haar denken ‘niet wiebelen!’.

Als ik na schooltijd de les van morgen voorbereid, krijg ik een idee. Morgen geef ik een wiebelleesles!

Echt actief leren lezen!

De volgende ochtend gaan de kinderen in duo’s woorden meppen met een vliegenmepper. Het ene kind leest een woord voor, de andere slaat op het juiste woord. Bij het lezen van de woordrijen, kiest steeds een kind een woord dat hij kan uitbeelden. De klas mag raden welk woord het is. En op het schoolplein rennen de kinderen zo snel mogelijk naar de juiste letters. Ze hebben er zoveel plezier in, dat ze de hele pauze blijven ‘letterrennen’.

Ik kijk om me heen en zie niet alleen Anne stralen, maar de hele klas bestaat opeens uit enthousiaste, gemotiveerde kinderen. Zo hoort leren lezen er uit te zien. Nou ja, niet altijd natuurlijk, want een enthousiaste, gemotiveerde leerkracht is toch het allerbelangrijkste om goed te leren lezen. En die hebben af en toe ook rust in de klas nodig. Het liefst zonder dat er iemand wiebelt!